Door economie-redacteur Jeroen Groot
De Griekse verkiezingen van zondag worden in binnen- en buitenland opgevat als een referendum: blijven de Grieken in de euro, of stappen ze eruit?
De werkelijkheid ligt iets ingewikkelder, maar van de uitkomst van de verkiezingen hangt veel af. De Grieken krijgen al jaren miljarden noodleningen van de andere landen met de euro, waaronder Nederland. Die leningen zijn op voorwaarde dat de Grieken hard bezuinigen, in de hoop dat het land zijn schulden ooit terug zal kunnen betalen.
Syriza
Die bezuinigingen hebben er flink ingehakt in een land dat er economisch toch al beroerd voor stond. De armoede in veel lagen van de bevolking is schrijnend. De Grieken zijn de bezuinigen beu, en met dat gegeven trekt de radicaal-linkse coalitie Syriza veel stemmen. Syriza belooft namelijk keer op keer dat de partij opnieuw zal onderhandelen over die bezuinigen. Syriza wil in de euro blijven en noodhulp blijven ontvangen, maar dan wel minder streng bezuinigen. Als het even kan wil Syriza zelfs meer geld uitgeven om de economie te stimuleren.
Geen zin in
De leiders van de andere eurolanden hebben hier helemaal geen zin in. De noodhulp is tot stand gekomen na vele moeizame onderhandelingen met de Grieken. Die keer op keer de bezuinigingsdoelen niet haalden. Voor de andere Europese leiders wordt het steeds moeilijker om aan hun kiezers uit te leggen waarom er iedere keer weer miljarden aan noodleningen moeten worden overgemaakt naar landen als Griekenland, maar ook naar Ierland, Portugal en sinds kort ook Spanje.
Frisse tegenzin
Tot nu is die noodsteun er steeds gekomen. Met frisse tegenzin, dat wel. Via noodfondsen zoals het EFSF en het ESM werd telkens op het laatste moment de portemonnee getrokken, om zwakke eurolanden voor een faillissement te behoeden. Met één, voor de Europese leiders doorslaggevend argument: het alternatief is nog veel en veel erger.
Crisis zonder weerga
Dat doorslaggevende argument is de vrees dat een Grieks faillissement het vertrouwen in de hele eurozone nog verder zal ondermijnen. Beleggers zouden dan weigeren nog langer geld uit te lenen aan landen als Italië en Spanje. Die gaan dan ook failliet. In vergelijking met Italië en Spanje is Griekenland in economisch opzicht nog een klein landje met een overzichtelijke staatsschuld. Maar als in een domino effect Italië en Spanje worden meegesleept, zijn die landen gewoon te groot om te redden. Gevolg: de hele eurozone stort in. Schulden van failliete landen worden niet afgelost, banken en pensioenfondsen gaan op hun beurt failliet. Spanje en Italië zijn belangrijke handelspartners, maar met failliete landen is het slecht handel drijven. Er volgt een economische crisis zonder weerga. Dit scenario maakt dat de Europese leiders steeds weer Griekenland uit de brand helpen.
Volgens de tegenstanders van de noodhulp valt dit wel mee. Beleggers zien een Grieks faillissement al jaren aankomen en allang ingecalculeerd. Diezelfde beleggers snappen ook wel dat Spanje en Italië er niet zo beroerd voor staan als de Grieken. De eurozone kan best zonder Griekenland, en er is geen enkele reden om ons te laten chanteren in ruil voor noodhulp.
Binnenboord
Niemand weet van te voren wat de beste, of eigenlijk de minst slechte, strategie is. Maar als Syriza de verkiezingen wint en daarna zijn poot stijf houdt, wordt het wel heel moeilijk om de Grieken binnenboord te houden.
Plan B
Er is nog een plan B. Dat van de 'lender of last resort,' de Europese Centrale Bank. Die instantie kan, simpel gezegd, geld uit het niets scheppen door bankbiljetten te drukken. Daarmee kunnen via een omweg zwakke eurolanden overeind worden geholpen. ECB-president Draghi heeft al aangegeven dit te zullen doen, mocht er een acute crisis ontstaan na de verkiezingen. Maar bankbiljetten drukken is natuurlijk geen oplossing voor de echte economische problemen. De ECB kan slechts tijd kopen. De echte oplossing moet van de Europese politici komen.

»
»
»