Bekijk De Britse militair Denis Avey ging tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig naar Auschwitz House of Books 's Nachts wordt hij nog wel eens wakker en waant zich terug in de barakken. Badend in het zweet ligt hij dan weer op de harde brits en hoort hij het gerochel van de stervenden.
Denis Avey, inmiddels 92 jaar oud, liep in 1944 vrijwillig het vernietigingskamp Auschwitz binnen. Hoewel hij het kon navertellen, kostte het hem decennia voordat hij daar psychisch aan toe was. Vandaag verschijnt het boek met zijn verhaal.
Avey was in 1941 in Afrika krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. Omdat hij tot drie keer toe wist te ontsnappen, stuurden de nazi's hem uiteindelijk diep het bezette Polen in, naar een krijgsgevangenenkamp in de buurt van Auschwitz. Daar moest hij dwangarbeid verrichten.
Op de werkplaats moesten Avey en zijn lotgenoten samenwerken met de stripeys, zoals zij de Joodse gevangenen noemden vanwege hun gestreepte uniformen. "Het waren net bewegende schaduwen", schrijft Avey over hen in het boek. "Vormeloos, alsof ze op elk moment konden vervagen."
Getuigen
Aan het einde van de dag marcheerden de Joden terug naar Auschwitz, terwijl de krijgsgevangenen teruggingen naar hun eigen kamp, dat dichtbij genoeg lag om 's avonds geschreeuw en af en toe een pistoolschot te kunnen horen, zegt Avey.
Al snel werd het Avey duidelijk dat de Joden zich niet alleen dood werkten in Auschwitz. Er waren geruchten dat ze ook vergast werden. Bij Avey groeide het idee dat hij daar zelf getuige van moest zijn. "Ik wilde zo veel mogelijk zien. Ik wilde namen van Kapo's en SS'ers die verantwoordelijk waren voor deze ellende. Ik wist dat hier op een dag verantwoording over afgelegd zou moeten worden."
Een kans deed zich voor toen Avey tijdens het werk werd aangesproken. De jonge Joodse gevangene noemde zich Hans en zei dat zijn familie voor de oorlog een winkel had gehad in Amsterdam. Samen bedachten ze het levensgevaarlijke plan om een nacht van identiteit te wisselen. "Als ik was gepakt, zouden de bewakers me onmiddellijk hebben doodgeschoten als bedrieger. Zonder pardon."
Kokhalzen
Op de dag van de ruil wisselden Hans en Avey snel van kleren. Avey hakte zijn haar af met een oude schaar, smeerde modder op zijn gezicht en nam de kenmerkende tred aan van de ter dood veroordeelden, mat en strompelend. "Mijn hart ging tekeer, maar van buiten moest ik hopeloosheid uitstralen."
Bij binnenkomst in het kamp was de onmenselijkheid van de bewakers meteen duidelijk. Het lichaam van een jonge jongen hing aan een galg bij de appelplaats. Bij aankomst werden de gevangenen gekeurd om te zien of ze de volgende dag nog wel konden werken. Zwakkeren werden uit de rijen geplukt. "Er werd niet gesmeekt, niet gepleit of geprotesteerd. Ze waren er te moe voor. Ik wist dat ze per vrachtwagen naar Birkenau zouden gaan en daar naar de gaskamer."
Avey wist onopgemerkt in de barakken te komen, waar een Poolse en een Duitse vertrouweling van Hans hem vertelden over het kamp. Avey ging bijna over zijn nek van de bedorven lucht in de barak. Eten lukte helemaal niet, uit angst om ontdekt te worden en omdat hij de waterige soep niet over door zijn keel kon krijgen.
Nachtmerrie
Slapen lukte nauwelijks in het kamp. "Iemand praatte in zichzelf, dezelfde zin steeds opnieuw", schrijft Avey. "Hij was niet de enige. Er werd geschreeuwd, mensen die de angstbeelden van die dag herleefden: een afstraffing, een ophanging, een selectie. Voor anderen het verlies van een echtgenote, een moeder of een kind bij aankomst. Als ze wakker werden, bleef de nachtmerrie."
De volgende dag lukte het Avey tot zijn grote opluchting om weer terug te ruilen met Hans. Enkele maanden later, toen het kamp ontruimd werd, wist Avey te ontsnappen en de oprukkende geallieerden te bereiken. Wat er met Hans gebeurde, is hij nooit te weten gekomen.
Bevrijdend
Hoewel Avey het kamp was binnensmokkeld om te getuigen, lukte hem dat niet na de oorlog. "We hadden allemaal vreselijke dingen meegemaakt. We praatten er niet over en niemand vroeg erom", stelt hij. "Militairen werden aangemoedigd alles te vergeten." Bovendien: "Mensen wilden horen over spannende ontsnappingspogingen, niet over dwangarbeid".
Pas toen Avey in 2003 werd geïnterviewd over zijn diensttijd, kwam het verhaal naar boven. Het werkte bevrijdend, stelt Avey, die nog elke dag aan het kamp denkt. "Ik kan als gelukkig man sterven. Het heeft me zeventig jaar gekost voordat ik dat kon zeggen."
Vanavond in Nieuwsuur een interview met Denis Avey en een gesprek met de Britse journalist Rob Broomby, de man die het verhaal van Avey opschreef.
Denis Avey en Rob Broomby - De man die naar Auschwitz wilde - The House of Books - ISBN: 978904432952

»
»
»