Kijkerspost: kritische vragen rond een ski-ongeluk.

Reddingswerkers halen prins Friso uit de lawine
Nieuwsuur van afgelopen zaterdag besteedde naar mijn mening disproportioneel veel aandacht aan het ongeval van Friso. Ik kwam op ongeveer 20 tot 25 minuten van de hele uitzending. (AvL)
Zijn er ethische grenzen voor journalisten bij het publiceren van informatie verkregen door een geschonden beroepsgeheim? Moet een eind of hoofdredacteur niet alsnog ingrijpen? (HK)
Antwoord redactie:
Kluitjesvoetbal, hype-journalistiek, hijgerige sensatiezucht. Termen waarmee de tv-journalistiek heden ten dage genadeloos wordt neergemaaid. Door kritische kijkers, maar ook door vakbroeders van de schrijvende pers.
Neem Jean Pierre Geelen, tv-recensent van De Volkskrant. “Bij eendimensionaal nieuws, of het nu een aangekondigd stormpje is of een Elfstedentocht die niet doorgaat: televisie is erbij. Extra uitzendingen! Live! En wel meteen. Het blijft onbegrijpelijk hoe graag de tv-journalistiek haar eigen failliet lijkt te willen illustreren”.
Slager
Geelen is de slager die het vlees van zijn concurrent keurt. Als tv-recensent heeft hij geen oog voor de verslaggeving in zijn eigen krant. Ook De Volkskrant schreef begin deze maand dag in dag uit pagina’s vol over een Elfstedentocht die er nooit zou komen. Diezelfde Volkskrant wijdde afgelopen zaterdag de eerste vijf pagina’s aan Johan Friso en het ski-ongeluk.
Gerucht
Eerlijk is eerlijk: de schrijvende pers ontsnapt niet altijd aan het publieke debat. Zo is er een heftige discussie ontstaan rond de berichtgeving van NRC Handelsblad, dat zaterdag opende met een curieus, persoonlijk verslag van Jannetje Koelewijn uit Innsbruck. Op gezag van de behandelende arts wist ze twee ‘geruchten’ rond Johan Friso te ontzenuwen: er was geen sprake van een schedelbasisfractuur of zwelling van de hersenen.
Opwinding
Relatief goed nieuws dus, dat verder niemand schade lijkt te berokkenen en direct werd overgenomen door andere media – zoals Nieuwsuur en het NOS-journaal. De opwinding gaat dan ook niet over de inhoud van het nieuws, maar over de wijze waarop Koelewijn het de arts heeft ‘ontfutseld’ en daarbij handig gebruik maakte van de connecties van haar echtgenoot, de neurochirurg Kees Tulleken.
Wat er ook op de werkwijze van Koelewijn aan te merken valt: er is niets mis met haar berichtgeving, voor zover het gaat om nieuws dat ze -als journaliste- direct uit de mond van de behandelend arts optekende.
Beroepsgeheim
Een heel andere vraag is of die arts zelf de fout inging, door medische informatie te geven over een patiënt zonder diens toestemming. Ben Crul, voormalig huisarts en hoofdredacteur van Medisch Contact, heeft zowel de Oostenrijkse arts als Tulleken scherp veroordeeld wegens schending van het beroepsgeheim. Zij hadden, vindt Crul, die informatie nooit naar buiten mogen brengen en de berichtgeving rond Johan Friso over moeten laten aan de woordvoerder van het koninklijk huis: de Rijks Voorlichtingsdienst (RVD).
Code
Dat moge zo zijn; het kan voor Koelewijn – en de pers in het algemeen – geen reden zijn het nieuws dan maar niet te melden. Voor journalisten gelden andere codes. Wat telt is de kwaliteit van de bron, en verzin dan maar eens een betere dan de behandelend arts zelf.
Verstandig
En wat de medische ethiek betreft: de arts achtte het, ook gezien de enorme en internationale mediadruk, kennelijk verstandig onjuiste berichten te ontzenuwen en nam zijn verantwoordelijkheid. Dat kan hij doen zonder de RVD in te schakelen. Zolang hij de koninklijke familie maar eerst inlicht en niet aan het speculeren slaat, is er weinig aan de hand. Ethische principes zijn niet in beton gegoten en hebben alleen betekenis als ze te toetsen zijn aan redelijkheid en gezond verstand.
Hype-journalistiek

Media verzamelen zich voor het ziekenhuis waar de prins wordt behandeld
Rest het verwijt van hype-journalistiek. Is de massale aandacht voor eerst de Elfstedentocht en nu Johan Friso buiten elke proportie? We kunnen er niet omheen. Er is vrijwel geen krant of tv-rubriek die zich niet bezondigt aan kluitjesvoetbal. Of het nu gaat om de schrijvende of de audiovisuele pers: iedereen speelt dezelfde wedstrijd en probeert zijn eigen doelpunt te scoren.
Een verklaring is snel gevonden: het levert kijkers, lezers en dus ook adverteerders op. Niet te versmaden in een tijd waarin de budgetten krimpen, de oplages dalen en trouwe lezers en kijkers een uitstervende soort zijn. Maar die verklaring kan niet dienen als rechtvaardiging. Journalistiek is meer dan dingen naar de gunst van het publiek. Daarom nemen we de kritiek van de kijker serieus. Zelfs als die kijker de balk in zijn eigen oog niet ziet.
Wim Fortuyn, redacteur Nieuwsuuur
