Weblog: Terug op Giglio
Verslaggever Ellen Brans en redacteur Eveline Rethmeier zijn weer terug op Giglio, twee weken na de ramp met de Costa Concordia.
Twee weken na de fatale ‘groet’ aan het eiland van kapitein Schettino. Een wellicht impulsieve actie om indruk te maken op een Moldaafse schone, of op instignatie van de Costa; dat zullen onderzoek en juridische procedures moeten uitwijzen. De gevolgen zullen in ieder geval nog lang voelbaar zijn. Samen met verslaggever Ellen Brans ga ik na een ruime week weer terug. Smit Boskalis verwacht te beginnen met het afvoeren van de brandstof en nu begint ook de enorme hoeveelheid rottend voedsel aan boord een serieus gevaar te vormen.
Bij zonsopkomst stappen we op de pont in Porto Santo Stefano. Aan boord komen we Nederlanders tegen. Mijn vraag ‘waar zijn jullie van’ (in de stellige overtuiging dat het om collega’s ging) was duidelijk een misser: het was de woordvoerder van Smit Boskalis die ik de afgelopen dagen zo’n uur per dag aan de telefoon heb gehad en de vorige keer ook heb ontmoet. Nog maar een espresso.
Platform

Het platform van Smit Boskalis
Op het dek doemt het gigantische gevaarte al snel op. Het is een bizar gezicht waar je naar blijft kijken. Het verschil met de vorige keer is het platform dat Smit voor het schip heeft geplaatst. Op de kade blijkt dat het aantal journalisten iets is afgenomen maar nog steeds indrukwekkend is. Cafeetjes – die doorgaans gesloten zijn in deze maanden – draaien overuren en een restaurant met internet lijkt meer op een persruimte met tientallen tikkende, bellende en monterende journalisten.
Spanning

Berginsgwerkers treffen voorbereidingen
De mannen (en één vrouw, Sylvia, de enige vrouwelijke berger ter wereld!) van Smit zijn niet moeilijk te herkennen: boomlang, veelal blond en gehuld in oranje overalls. De meesten zitten hier al 2 weken en zullen nog zeker een maand op het eiland blijven. De spanning is voelbaar, omdat het grote moment – de start van het afpompen – dichtbij is. De teleurstelling is dan ook groot als het voor het eerst sinds de ramp met de Costa Concordia de weersomstandigheden te slecht zijn om te beginnen.
Basta
Ondertussen werken we ook aan andere verhalen. Het is moeilijk bewegen tussen de hordes journalisten en je merkt dat de bewoners er ook wat minder zin in krijgen. De pastoor die gisteren nog bereid was om te vertellen hoe hij familieleden van vermisten opvangt, heeft het vandaag helemaal gehad. ‘Basta!! Ik sta nu al elf dagen journalisten te woord, het is nu afgelopen!’ Ik probeer het vriendelijker dan vriendelijk en moet hem dan gelijk geven dat hij vrij duidelijk is. Geen pastoor, geen kerk.
Koud
Er zijn nog steeds familieleden op het eiland die wachten op vermisten. Volgens experts is het onmogelijk dat er iemand aan boord in leven is. Het is te koud. Ook al zit iemand in een niet ondergelopen ruimte, met voedsel; de temperaturen zijn te laag om het zo lang vol te houden.
Drempel
Je wilt als journalist mensen niet storen in hun verdriet uit sensatiebelustheid. Toch moet je jezelf soms over een drempel heen helpen om die mensen toch om een reactie te vragen. Van contacten begreep ik dat de familie van het Peruaanse bemanningslid Erika op het eiland is aangekomen. Zij houden zich schuil voor de pers, terecht. Via via begreep ik dat ze op een zeker moment langs zouden lopen. We vragen de familie of ze alsjeblieft een paar vragen wilde beantwoorden. Ze willen; misschien wel omdat we Nederlands zijn. De vader heeft begrepen dat er nu ook Nederlanders aan het werk waren en sprak de hoop uit dat ook zij zouden helpen met zoeken naar hun dochter, dat ze nergens heen gingen enblijven totdat ze meer wisten. We bedankten ze en wensten ze veel sterkte toe. Ze lopen naar binnen en wij begrijpen later dat ze daar gehoord hebben dat die dag een jonge vrouw gevonden was in een Costa Concordia-uniform, en dat dit zeer waarschijnlijk hun dochter was omdat zij het enige nog missende bemanningslid was.
Bekijk hier de reportage.
Eveline.Rethmeier@Nieuwsuur.nl of op Twitter @Evelinereth, redacteur Nieuwsuur.
